Eind jaren veertig is Faas Wilkes de eerste Nederlander die in Italië gaat voetballen. In een tijd dat buitenlandse reizen voor weinigen zijn weggelegd, wordt hij nagevolgd door minder bekende landgenoten zoals Andre Roosenburg, Karel Voogt en Wim Lakenberg.
Wanneer de Italiaanse voetbalbond in 1980 de grenzen voor het eerst sinds 1966 weer opent voor buitenlandse voetballers, wordt Michel van de Korput ingelijfd door Torino en strijkt wereldster Ruud Krol neer in Napels. Ze zijn al heel wat meer gewend dan…





