De 35-jarige Zwaantje Nammensma is tuinarchitecte. Ze worstelt met de combinatie van werk en gezin; ze heeft een man en een zoontje van zes. Net als ze beseft dat haar huwelijk in een sleur is beland, ontmoet ze een man – en wat voor een man: een Man.
“Daar zat hij, op dezelfde plek als gisteren, over de zee te kijken. Hij keek mijn kant niet op. Met klamme handen en met mijn schoenen uit liep ik het tallud af, meteen naar het water, en nog keek hij voor zich uit. Het water was zo ijskoud aan mijn voeten, da…





